De nacht in een ander licht: hoe LICHTNL naar sociale veiligheid kijkt

Een plek kan technisch goed verlicht zijn en toch onveilig voelen. Vanuit die ervaring ontstond bij vrouwen binnen LICHTNL De nacht in een ander licht. Met dit initiatief kijken we naar de hele omgeving en zoeken we samen met gemeenten en ontwerpers naar praktische verbeteringen.

Je bent op weg naar huis en kiest toch de langere route. Niet omdat het fietspad onverlicht is, maar omdat je niet kunt zien wat er achter de bocht gebeurt. Of omdat je door een tunnel moet waar je liever snel weer uit bent.

Vrouwen binnen LICHTNL herkennen zulke afwegingen uit eigen ervaring. Daardoor ontstond een vraag die verder gaat dan ons dagelijkse werk met verlichting: wat kunnen wij bijdragen aan plekken waar mensen zich in het donker niet prettig voelen?

Uit die vraag groeide De nacht in een ander licht.

Waarom we hiermee begonnen

Voor veel vrouwen hoort nadenken over de weg naar huis erbij. Welke route neem je als het donker is? Wie komt je tegemoet? Voelt een doorgang prettig genoeg om er alleen doorheen te gaan? De vrouwen achter dit initiatief wilden die ervaringen serieus nemen en binnen LICHTNL verder kijken dan de technische vraag of ergens voldoende licht aanwezig is.

De oproep ‘Wij eisen de nacht op’ maakt duidelijk hoe groot het verlangen is om je ook na zonsondergang vrij te kunnen bewegen. Wij kijken bewust vanuit het perspectief van vrouwen naar dit onderwerp, met oog voor iedereen die zich op een plek weleens onveilig voelt.

Sociale onveiligheid is een maatschappelijk probleem. Een verlichtingsbedrijf kan het niet in zijn eentje oplossen. We kunnen onze kennis wel inzetten waar die verschil kan maken: bij het begrijpen van een plek en het ontwikkelen van uitvoerbare verbeteringen.

Van een gevoel naar een praktische vraag

‘Deze plek voelt niet goed’ is een serieus vertrekpunt. Daarna willen we weten waar dat gevoel vandaan komt.

Ligt het aan een bocht waardoor je niemand ziet aankomen? Verdwijnt de route na een fel verlichte entree in het donker? Is een stationsomgeving zo onduidelijk ingedeeld dat je niet weet welke kant je op moet? Iedere situatie vraagt om een andere aanpak.

Daarom begint LICHTNL met kijken en luisteren. We bekijken hoe mensen een plek gebruiken, waar zij overzicht verliezen en welke keuzes al in de inrichting besloten liggen. Vervolgens onderzoeken we wat verlichting kan ondersteunen. Soms is een andere lichtverdeling zinvol. Op een andere plek moet eerst de route duidelijker worden of een verborgen hoek worden aangepakt.

Die werkwijze willen we samen met gemeenten, ontwerpers en andere betrokken partijen toepassen. Liefst vroeg in een project, wanneer er nog ruimte is om ook de inrichting van de omgeving mee te nemen.

Waarom meer licht niet altijd helpt

Wanneer je door een onbekende plek beweegt, probeer je voortdurend in te schatten wat er om je heen gebeurt. Je wilt zien waar de route verdergaat en andere mensen op tijd kunnen herkennen. Een donkere rand, fel tegenlicht of een onduidelijke uitgang maakt die inschatting lastiger.

De hoeveelheid licht vertelt daarom maar een deel van het verhaal. Waar het licht terechtkomt, is minstens zo belangrijk. Een fel armatuur kan het wegdek zichtbaar maken, terwijl de wanden donker blijven. Een goed verlichte plek naast een donkere doorgang kan het contrast juist groter maken. Verblinding kan het zicht verderop verminderen.

Het doel is een omgeving die leesbaar blijft terwijl je je verplaatst. Verlichting helpt daarbij als zij de juiste delen van de ruimte zichtbaar maakt en aansluit op de route die mensen daadwerkelijk gebruiken.


We kijken naar de hele omgeving

Deze benadering sluit aan bij CPTED, een afkorting van Crime Prevention Through Environmental Design. In gewone taal: bij het ontwerp en beheer van een plek rekening houden met hoe mensen zich er bewegen, elkaar kunnen zien en de ruimte gebruiken.

Denk aan duidelijke routes, open zichtlijnen en een verzorgde omgeving. Verlichting maakt deel uit van die afweging, naast de inrichting en het onderhoud. Een extra armatuur kan een donkere hoek verlichten. Het kan geen onlogische plattegrond repareren.

Voor LICHTNL is CPTED geen lijstje dat je overal op dezelfde manier afwerkt. Het helpt ons om bredere vragen te stellen voordat we een lichtoplossing voorstellen.

Tien punten die we onderzoeken

De vragen verschillen per plek, maar deze tien aandachtspunten helpen ons om voorbij het aantal lichtpunten te kijken.

De plek

1: Structuur. Is duidelijk hoe de ruimte is opgebouwd? Bij een station of plein kunnen meerdere routes door elkaar lopen, waardoor mensen het overzicht verliezen.

2: Oriëntatie. Herken je waar je bent en welke kant je op moet? Een herkenbare entree of zichtbaar eindpunt helpt om een route te begrijpen.

3: Zichtlijnen. Kun je vooruitkijken en anderen tijdig zien? We letten op bochten, obstakels en hoeken die aan het zicht onttrokken zijn.

4: Keuzevrijheid. Is er ruimte om door te lopen, uit te wijken of een andere route te nemen? Een doorgang voelt anders wanneer je maar één kant op kunt.

De mensen

5: Herkenning. Kun je iemand die je tegemoetkomt goed zien? Daarvoor is het belangrijk hoe het licht op mensen valt, niet alleen hoe helder de grond is.

6: Gebruik. Wie beweegt er door de plek en waarvoor wordt zij gebruikt? Een route voor fietsers vraagt om andere keuzes dan een plein waar mensen ook verblijven.

7: Tijdstip. Hoe verandert de omgeving in de avond? Winkels sluiten, daglicht verdwijnt en drukke plekken worden stil. Het gebruik van de ruimte verandert mee.

Licht en beheer

8: Contrast en verblinding. Kun je prettig blijven kijken wanneer je een tunnel inrijdt of een fel verlicht deel verlaat? Grote verschillen in helderheid kunnen het overzicht verstoren.

9: Onderhoud. Werkt de verlichting zoals bedoeld en oogt de plek verzorgd? Een ontwerp moet ook na ingebruikname goed blijven functioneren.

10: Sfeer en herkenbaarheid. Heeft de plek een eigen karakter en voelt zij als een vanzelfsprekend deel van de route? De uitstraling beïnvloedt hoe mensen een omgeving ervaren.

Wat gebeurt er bijvoorbeeld in een tunnel?

Stel je een tunnel voor waar twee mensen elkaar tegemoetkomen. Verlichting van boven kan het wegdek goed zichtbaar maken. Tegelijk kan de plaatsing ervoor zorgen dat gezichten of wanden minder goed te zien zijn. Licht vanaf de zijkant kan juist andere delen van de ruimte zichtbaar maken.

Daarmee is zijlicht niet automatisch de beste oplossing. De breedte van de tunnel, de materialen, de entrees en het gebruik bepalen wat werkt. Ook de overgang telt mee: je moet de route kunnen blijven lezen wanneer je vanuit de straat de tunnel in gaat en verderop weer naar buiten komt.

De ontwerpvraag wordt daardoor concreter. We kijken niet alleen of de tunnel verlicht is, maar wat iemand ziet tijdens de hele doorgang.

Bij Brienenoord zijn we al aan het onderzoeken

Bij de vijf tunnels bij Brienenoord in Rotterdam kijken we samen met betrokken partijen hoe verlichting, kunst en de inrichting van de omgeving kunnen bijdragen aan prettigere doorgangen.

Het concept bestaat uit vijf tunnels met vijf artistieke verhalen. Iedere tunnel krijgt daarmee aandacht als plek op zichzelf. Tegelijk blijven de dagelijkse gebruikers het uitgangspunt. Hoe fiets of loop je erdoorheen? Waar verlies je overzicht? Welke delen van de tunnel wil je beter kunnen zien?

Hier komt de gedachte achter De nacht in een ander licht samen: een praktische verbetering van de route, met ruimte voor kunst en een herkenbare uitstraling. Het onderzoek en de uitwerking zijn onderdeel van het traject; we presenteren het niet als een al bewezen effect.

Bij Station Zuid begint het met de indeling

Voor Station Zuid in Rotterdam heeft LICHTNL een voorstel gedaan voor een plek waar duidelijke structuur ontbreekt. Juist in een stationsomgeving, waar veel mensen met verschillende bestemmingen samenkomen, is het belangrijk dat routes begrijpelijk blijven.

Daarom begint dit voorstel niet met de vraag hoeveel extra verlichting er nodig is. Eerst kijken we waar mensen vandaan komen, welke richting zij zoeken en waar de samenhang in de ruimte verloren gaat. Vanuit die analyse kan verlichting helpen om routes, overgangen en herkenningspunten beter zichtbaar te maken.

Station Zuid laat zien waarom we vroeg willen meedenken. Wanneer de inrichting van een plek onduidelijk is, moet je de oorzaak meenemen in het ontwerp.


Gerichte verlichting passen we nu al toe

Ook in bestaande projecten maakt LICHTNL keuzes op basis van de plek. Bij de Cruquiusbrug in Hoofddorp is verlichting gericht geplaatst op de brug en in de onderdoorgang. Daarbij is rekening gehouden met een rustig lichtbeeld en met het beperken van uitstraling naar de omgeving.

In de tunnel bij Station Dordrecht  reageert de verlichting op beweging. Het licht wordt feller wanneer de ruimte wordt gebruikt en dimt wanneer het rustig is. Zo wordt de verlichting afgestemd op wat er op dat moment gebeurt.

Deze projecten zijn geen bewijs dat het gevoel van sociale veiligheid daar is veranderd. Ze laten wel zien hoe we al werken met plaatsing en aansturing in plaats van standaard overal meer licht toe te voegen. Met De nacht in een ander licht trekken we die manier van denken verder door naar de totale beleving van een plek.

De nacht is van iedereen

Dit initiatief begon bij ervaringen van vrouwen binnen LICHTNL. Inmiddels krijgen die ervaringen een plek in gesprekken over tunnels en stationsomgevingen. We onderzoeken wat er speelt, maken voorstellen en zoeken samenwerking met partijen die de omgeving mede vormgeven.

LICHTNL wil bijdragen aan oplossingen die uitvoerbaar zijn en passen bij de mensen die een plek dagelijks gebruiken. Daarvoor blijven we kijken naar wat verlichting kan doen én naar wat de ruimte verder nodig heeft.

Iedereen verdient het om zich vrij te kunnen bewegen. Ook als het donker is.

De nacht is van iedereen.

LICHTNL in je inbox? Slim plan.

Altijd op de hoogte blijven.