De Nacht in een ander Licht

Je ziet genoeg. Maar voelt het ook goed?

Wat iemand op een route ervaart, staat niet op een lichtberekening. Daarom kijkt LICHTNL naar de hele omgeving. Naar zicht, herkenning en de rust om je prettig te kunnen verplaatsen. Hier lees je hoe we daarover nadenken en wat we op een plek als Brienenoord voorstellen.

dit-is-nacht-in-een-ander-licht-image

De aanleiding

Dit is Nacht in een ander Licht

Wij eisen de nacht op maakte zichtbaar hoeveel invloed onveiligheid heeft op de vrijheid om je te verplaatsen. Vooral vrouwen herkennen de afweging: neem ik deze route nog, of maak ik een omweg? LICHTNL herkent de urgentie achter die boodschap. Wij werken dagelijks aan plekken die ook na zonsondergang gebruikt worden en willen vanuit ons vak bijdragen aan een beter gesprek over de inrichting ervan.

Onze bijdrage begint bij het gevoel van de gebruiker. Een doorgang kan aan de geldende verlichtingswaarden voldoen en toch spanning oproepen. Wanneer je niet ziet wie eraan komt, hoe de route verder loopt of wat er achter een hoek gebeurt, helpt een extra fel armatuur niet vanzelf. We willen zulke momenten herkennen en samen met beheerders en gebruikers onderzoeken welke ingreep helpt.

Verlichting kan incidenten niet oplossen. Ze kan wel invloed hebben op wat iemand kan waarnemen en hoe een plek wordt ervaren. 

Precies op dat terrein nemen wij verantwoordelijkheid.

Station Zuidplein: de plek mist structuur

Bij Station Zuidplein heeft LICHTNL een voorstel gedaan voor een omgeving die onveilig aanvoelt doordat de structuur van de plek ontbreekt. Dan begint de vraag vóór het lichtontwerp: hoe worden looplijnen, entrees, wachtplekken en het vervolg van de route begrijpelijk? Verlichting kan die ordening vervolgens zichtbaar maken. De plek vraagt eerst om richting, daarna om licht op de juiste plekken.

Twee mensen komen elkaar tegen in een tunnel

De gebruikelijke reflex: meer licht van bovenaf. Het wegdek wordt helderder, maar gezichten kunnen in de schaduw blijven en een fel punt in de kijkrichting kan verblinden.

Onze afweging: kan zorgvuldig gericht licht vanaf de zijkant ook de wanden en de ander zichtbaar maken? De juiste keuze hangt af van de vorm van de tunnel, de montagehoogte en het zicht naar buiten. Zijlicht is geen wondermiddel; beide varianten moeten ter plaatse worden beoordeeld.

Je nadert een onoverzichtelijke hoek

Wat je ervaart: het pad vóór je is zichtbaar, maar achter de bocht kun je niets inschatten.

Onze afweging: waar kan het zicht worden geopend en welk vlak moet zichtbaar worden om de route begrijpelijk te maken? Soms zit de eerste verbetering in groen of inrichting. Pas daarna bepalen we waar verlichting kan ondersteunen.

Je rijdt een doorgang in

Wat je ervaart: de ene zone is helder, de volgende lijkt donker.

Onze afweging: laat het licht de overgang rustig verlopen en blijft de uitgang leesbaar? Bij routes met wisselende drukte kan een basisniveau met sturing op aanwezigheid een mogelijkheid zijn. Ook die werking vraagt een uitwerking en toets op locatie.

De route voelt overal hetzelfde

Wat je ervaart: opeenvolgende doorgangen missen herkenningspunten. Onze afweging: kunnen kunst, materiaal en verlichting iedere doorgang een eigen karakter geven zonder het zicht te verstoren? Herkenbaarheid helpt bij oriëntatie. Of de route daardoor prettiger wordt ervaren, vragen we aan de mensen die haar gebruiken.

station-zuidplein-de-plek-mist-structuur-image
twee-mensen-komen-elkaar-tegen-in-een-tunnel-image
je-nadert-een-onoverzichtelijke-hoek-image
je-rijdt-een-doorgang-in-image
de-route-voelt-overal-hetzelfde-image

Bij Station Zuidplein heeft LICHTNL een voorstel gedaan voor een omgeving die onveilig aanvoelt doordat de structuur van de plek ontbreekt. Dan begint de vraag vóór het lichtontwerp: hoe worden looplijnen, entrees, wachtplekken en het vervolg van de route begrijpelijk? Verlichting kan die ordening vervolgens zichtbaar maken. De plek vraagt eerst om richting, daarna om licht op de juiste plekken.

De gebruikelijke reflex: meer licht van bovenaf. Het wegdek wordt helderder, maar gezichten kunnen in de schaduw blijven en een fel punt in de kijkrichting kan verblinden. Onze afweging: kan zorgvuldig gericht licht vanaf de zijkant ook de wanden en de ander zichtbaar maken? De juiste keuze hangt af van de vorm van de tunnel, de montagehoogte en het zicht naar buiten. Zijlicht is geen wondermiddel; beide varianten moeten ter plaatse worden beoordeeld.

Wat je ervaart: het pad vóór je is zichtbaar, maar achter de bocht kun je niets inschatten. Onze afweging: waar kan het zicht worden geopend en welk vlak moet zichtbaar worden om de route begrijpelijk te maken? Soms zit de eerste verbetering in groen of inrichting. Pas daarna bepalen we waar verlichting kan ondersteunen.

Wat je ervaart: de ene zone is helder, de volgende lijkt donker. Onze afweging: laat het licht de overgang rustig verlopen en blijft de uitgang leesbaar? Bij routes met wisselende drukte kan een basisniveau met sturing op aanwezigheid een mogelijkheid zijn. Ook die werking vraagt een uitwerking en toets op locatie.

Wat je ervaart: opeenvolgende doorgangen missen herkenningspunten. Onze afweging: kunnen kunst, materiaal en verlichting iedere doorgang een eigen karakter geven zonder het zicht te verstoren? Herkenbaarheid helpt bij oriëntatie. Of de route daardoor prettiger wordt ervaren, vragen we aan de mensen die haar gebruiken.